Opdracht 2: Energiegevers en energienemers (H)

Via twee opdrachten laten we je in dit hoofdstuk nadenken over wat jou energie geeft en wat energie wegneemt. Je mag de antwoorden van deze opdrachten noteren op een wit papier.

Batterijen, Laden, Pictogrammen, Instellen, Flat

Opdracht 2 – energiegevers en energienemers

Stap 1: Verzamel bepalende momenten in je leven.

  • Zijn er momenten in je leven waar je heel veel energie van kreeg? (++)
  • Zijn er momenten die je heel veel energie hebben gekost? (–)
  • We zoeken momenten die belangrijk zijn voor wie je vandaag bent. Dit kunnen hobby’s zijn of reizen, vorige jobs, studies… Denk ook terug aan de zaken die je in je mindmap hebt opgenomen.

Hierbij alvast een aantal vragen die je kunnen helpen om te bepalen welke momenten je wil vermelden in je “energiegrafiek”.

  • Welke levenservaringen hebben bijgedragen tot wie ik ben?
  • Uit welke gebeurtenis heb ik iets geleerd?
  • Waar hou ik me mee bezig in mijn vrije tijd? Wat vind ik leuk om te doen? Wat vind ik niet leuk om te doen?
  • Welke jobs heb ik graag gedaan?
  • Welke opleidingen heb ik gevolgd? Wat vond ik leuk? Wat vond ik niet leuk?
  • Waar ben ik trots op?

Stap 2: plaats je bepalende momenten op een energiegrafiek

Op de x-as noteer je je leeftijd. Op de y-as noteer je hoeveel energie je had. Je ziet hieronder een voorbeeld hoe een energiegrafiek er kan uitzien.

Wat waren jouw hoogtepunten en wat waren moeilijkere periodes? Plaats ze op de grafiek.

Stap 3: wat zijn je energiegevers en energienemers?

Nu je de energiegrafiek hebt opgemaakt, denken we verder na over de momenten die je zonet in kaart hebt gebracht.

Voldoende aandacht besteden aan je ‘energiegevers’ is belangrijk. Je zoekt best in je professionele leven (maar ook daarbuiten) een goede balans tussen zaken die je energie kosten en die je energie opleveren. Wanneer je heel veel taken of activiteiten hebt die ‘energievreters’ zijn voor jou, kan dit leiden tot negatieve stress.

Als je kijkt naar de hoogtepunten in je jobverleden, welke momenten/taken gaven jou dan energie?

  • Wat deed je in die momenten?
  • Wat gaf je een goed gevoel?
  • Welke impact had je omgeving op je gevoel?
  • Welke kwaliteiten, eigenschappen heb je gebruikt in deze momenten? (zowel voor het bereiken van je hoogtepunten, als voor het omgaan met moeilijke periodes in je leven)

Noteer dit in je trainingsbundel.

NB: Een taak geeft jou energie als:
– je zin hebt in de taak en er plezier aan beleeft
– je er helemaal in opgaat, gefocust bent, en de tijd vergeet
– je je energiek, blij, tevreden en voldaan voelt na het volbrengen van de taak (omdat je je sterktes hebt kunnen inzetten)

Als je kijkt naar je jobverleden, welke momenten/taken kostten jou dan energie? Noteer ook dit in je trainingsbundel.

  • Wat deed je in die momenten?
  • Wat gaf je een minder goed gevoel?
  • Welke impact had je omgeving (bv. collega’s) op je gevoel?

NB: Een taak kost jou energie als:
– je geen zin hebt in de taak en er geen plezier aan beleeft
– je snel afgeleid bent en de tijd voorbij kruipt
– je je na afloop vermoeid voelt (omdat je je sterktes niet hebt kunnen inzetten). Of je bent opgelucht dat de taak afgelopen is.